(Alweer) Mahler? Geeft u mij maar Sibelius! - Deel II

Homeblog(Alweer) Mahler? Geeft u mij maar Sibelius! - Deel II

Inleiding
Om maar met de deur in huis te vallen; natuurlijk is Gustav Mahler een geweldig componist, was hij een groot dirigent en heeft hij veel voor de muziek(geschiedenis) betekend, maar waarom toch steeds weer die complete hysterie en dat gedweep rondom zijn persoon en muziek in Nederland?

Net als zijn tijdgenoten heeft Mahler veel te danken aan Wagner en – natuurlijk, net als Wagner zelf - aan zijn beroemde voorgangers met Bach en Beethoven voorop – en borduurt hij daar op voort. Maar waarom zo veel aandacht, iedere keer maar weer, voor dat relatief kleine oeuvre van Mahler dat steeds overal wordt afgedraaid en zo weinig voor dat van Jean Sibelius. Om mijn gewaardeerde vriend en collega Maarten Brandt te citeren: “Tot de minst begrepen componisten uit de eerste helft van de thans volop geschiedenis zijnde turbulente twintigste eeuw behoort zonder twijfel de Fin Jean Sibelius”. Hoe komt dat toch? Leefde hij in de verkeerde tijd, componeerde hij ‘te ouderwets’ of is zijn muziek ‘te ingewikkeld’? Tijd om in een tweedelig blog een lans te breken voor een van mijn grote helden: Jean Sibelius. In dit tweede, afsluitende laat ik u een beetje proeven van het veelzijdig oeuvre van mijn held.

Composities
Sibelius schreef dus in vrijwel alle genres, m.u.v. opera. Ik licht een paar genres voor u uit.

Jean Sibelius

Symfonische gedichten en orkestwerken, altijd weer d(i)e Kalevala

Geen enkel overzicht van het oeuvre van Sibelius is compleet zonder de vermelding van het grandioze heldenepos, de Kalevala, waarin in vijftig ‘runen’ of hoofdstukken de Finse mythologie uit de doeken wordt gedaan. Het boek, dat aan het begin van de 19e eeuw werd samengesteld door de arts Elias Lönnrot (1802-1884), is meer dan alleen maar een nationaal epos en de synthese van allerhande liederen, legendes en sagen. Het is een boek dat ook een onuitwisbare stempel drukte op de Finse identiteit.

‘Kalevala’ is een topografische titel en betekent letterlijk ‘land van Kaleva’, waarmee verwezen wordt naar de oergod van de Finse mythologie. Het eerste gedeelte van de ‘Kalevala’ focust op de wijze toverzanger Väinämöinen, die de naakte aarde vruchtbaar maakt en het land van Kaleva sticht. Op zoek naar een vrouw sleurt Väinämöinen zijn land in een conflict met Pohjola, het donkere Noordland. Die dialectiek tussen het mannelijke land van Kaleva en het enigmatische, duistere Pohjola is een belangrijke constante in het boek. Een belangrijk deel van de ‘Kalevala’ beschrijft dan ook hoe de smid Ilmarinen en de roekeloze held Lemminkäinen net als Väinämöinen in Pohjola met wisselend succes op zoek gaan naar een vrouw. Inzet van de ruzie tussen beide landen is het magische spinnewiel Sampo, dat oneindige voorspoed brengt. Väinämöinen en zijn nazaten trachten dit door Ilmarinen gesmede spinnewiel terug te krijgen van Pohjola, maar tijdens een zeeoorlog valt het spinnewiel overboord. Uit wraak voor de verloren Sampo valt Pohjola het land van Kaleva binnen. Väinämöinen weet met zijn toverzangen allerlei plagen te bezweren en verslaat ook het razende, beerachtige monster dat het land van Kaleva dreigt te verwoesten. Wanneer Pohjola uiteindelijk zon en maan verstopt in een berg, gaat Väinämöinen op zoek om de toekomst van zijn land te verzekeren. Hij vindt de hemellichamen terug en verklaart dat de zoon van de maagd Marjatta de nieuwe leider van zijn volk zal worden. Nu zijn taak volbracht is, verlaat Väinämöinen zijn heimat en vertrekt om nooit nog terug te keren.

Licht, donker, man, vrouw, huis, vruchtbaarheid, vuur, metaal, wouden, dieren, leven en de dood: net zoals elk epos staat de ‘Kalevala’ bol van archetypische thema’s, die veel verraden over de menselijke onzekerheid. Net als de Griekse mythologie neemt ook de ‘Kalevala’ een duik in diepmenselijke vragen. In tegenstelling tot andere mythologieën is de ‘Kalevala’ echter sterk ritueel getint: het boek vertelt over wedstrijden tussen tovenaars, seizoensriten, beschrijvingen van ceremoniële handelingen, huwelijksdiensten, toverspreuken en -zangen.

De antropologische inslag van het werk staat allerlei allegorische lezingen toe. De eeuwige strijd tussen Kaleva en Pohjola bijvoorbeeld is de oerstrijd tussen goed en kwaad, man en vrouw, licht en donker. Ook zijn er verschillende linken met de Europese literatuur te trekken (de vernietiging van de held, het primitieve geweld, de incestueuze relaties, zelfmoord of de christelijke messiasgedachte), wat de ‘Kalevala’ nog steeds tot een buitengewoon belangwekkend boek maakt. De betekenis van de ‘Kalevala’ voor de Finse cultuur kan moeilijk overschat worden. Vooral nadat in de jaren 1860 het Fins (naast het Zweeds) tot tweede landstaal werd verklaard, groeide de belangstelling sterk.

Robert Kajanus (1856-1933), die op zijn achttiende Lönnrot nog gekend had, componeerde enkele Wagneriaanse orkeststukken die gebaseerd zijn op de noodlottige liefde tussen Kullervo en zijn zus, waaronder ‘Aino’ (niet toevallig de naam van Sibelius’ echtgenote!). Deze compositie, die eindigt met een in unisono zingend mannenkoor, was van onschatbaar belang voor het verdere verloop van de Finse muziekgeschiedenis. Het was dit werk dat Sibelius in 1890 in Berlijn hoorde en hem “de ogen opende voor de wonderlijke mogelijkheden die de Kalevala aan muzikale expressie biedt.” Nauwelijks had hij de laatste pagina van de ‘Kalevala’ omgedraaid of hij zette de eerste schetsen van zijn nieuwste compositie op papier.
Dit werk, de vocale symfonie ‘Kullervo’, zou het begin zijn van Sibelius’ levenslange uiteenzetting met de ‘Kalevala’.

Jean Sibelius

Tot de lange lijst van werken die zouden volgen, behoren ondermeer:

- De orkestsuite ‘Lemminkäinen’ (Lemminkäis-sarja) uit 1890. In dit werk gebruikte hij motieven van zijn nooit gerealiseerd operaproject Veneen luominen (het bouwen van de boot). Het tweede deel van deze suite is het veel apart uitgevoerde en wereldberoemd geworden deel De Zwaan van Tuonela (Tuonelan joutsen). De muziek van de suite bewerkte Sibelius vele malen; hij bleef er tot 1939 aan sleutelen.
- De koorsymfonie Kullervo (1892)
- Het eendelig symfonisch gedicht En Saga (1892)
- Het symfonische gedicht Pohjola's dochter (Pohjolan tytär) uit 1906)
- Het orkestlied Luonnotar (1913)
- Het symfonisch gedicht Tapiola (1926)

Luistert u naar een gedeelte uit Kullervo, waarbij ook de beide solisten en het mannenkoor aan bod komen:

Overigens voltooide Mahler pas 2 jaar later zijn 2e Symfonie!

Symfonieën

In totaal schreef Sibelius 7 symfonieën. Wist u dat Gustav Mahler en Sibelius elkaar een keer ontmoet hebben? In 1907 bracht Mahler een bezoek aan Finland en daarbij zouden beide heren over ‘de ware aard van het symfonisch genre’ gediscussieerd hebben. Waar Sibelius beweerd schijnt te hebben dat hij “boven alles de stijl en de strengheid van de vorm respecteerde; de diepere logica die een innerlijke relatie tussen alle motieven tot stand brengt”, was Mahler een totaal tegenovergestelde mening toegedaan: “de symfonie moet zijn zoals de wereld. Ze moet allesomvattend zijn.’”
Toen Sibelius pas op zijn vierendertigste een Eerste Symfonie afleverde, had hij al een aantal symfonische gedichten op zijn naam staan, waaronder dus ‘Kullervo’. Hoe het ook zij, deze eerste ‘Tsjaikovskiaanse’ symfonie is wel meteen al een hele fraaie.

Luistert u eens hoe de bekende (sport)journalist Mart Smeets geraakt wordt door het begin van dit werk:


De Tweede Symfonie wordt verreweg het meest uitgevoerd, de Derde en Vierde daarentegen maar hoogst zelden.

Hoewel ik persoonlijk van al zijn symfonieën houd, heeft de Vijfde wel een speciale plek in mijn hart en dat dan zeker ook door het zogeheten ’Zwanenthema’ uit het laatste deel. Tijdens de creatie van deze symfonie zag hij een tiental wilde zwanen over het Finse landschap vliegen en er wordt aangenomen dat de pendelende en gradueel aanzwellende hoornmelodie uit de finale een verklanking is van Sibelius’ overweldigende ervaring: “Wat een belevenis! Mijn God, wat een schoonheid! De mystiek van de natuur en de smart van het leven! Niets ter wereld, niet in de kunst, niet in de literatuur, ook niet in de muziek, heeft een zo sterke uitwerking op mij als deze zwanen + de kraanvogels + de wilde ganzen.”

Geniet u met mij mee? Ook dirigent Leonard Bernstein gaat uit zijn dak bij ‘het zwanenthema’. De eerste keer is dat na 27’38, de bassen leiden het in en bij 27’42 klinkt het thema in de hoorns. Maar daarmee zijn we er (gelukkig) nog niet. Na een halve minuut klinkt er een prachtig ‘tegenthema’ in het hout, dat aanzwelt tot een soort majestueus koraal. Na 29’24 is het voorbij. MAAR, wees gerust, het thema komt nogmaals terug in volle glorie. De aanzet daartoe hoort u na 33’27 door de trompetten, met melancholieke strijkers eronder. Hoe kan het ook anders?


Met zijn Zevende Symfonie bereikte Sibelius de ultieme synthese van vorm, klank, motieven en structuur. Ook letterlijk, want deze symfonie balt alles van zijn symfonische denken in één half uur durend deel die - kan het symbolischer? - het orkest op één noot laat eindigen. Daarna was alles gezegd: in plaats van verder te componeren, legde Sibelius de pen neer. Het schetswerk voor een Achtste Symfonie werd verbrand en de componist verkoos tot aan zijn dood te zwijgen.



Composities voor viool

Weinig muziekliefhebbers kennen ze, maar Sibelius’ vioolambities vonden zijn weerslag in een zestigtal werken voor dit instrument. Het gros daarvan zijn kleine, charmante karakterstukjes voor viool en piano, die in het algemeen zelden de salontraditie ontspringen. De iets grotere werken (zoals de Humoresques’ voor viool en orkest) staan volledig in de schaduw van dat grote meesterwerk voor het instrument, het Vioolconcert. Ongeveer de helft van zijn vioolcomposities werd gecomponeerd in de periode 1884-1894, toen Sibelius nog vermoedde met vioolspel zijn dagelijks brood te zullen verdienen. Toen gaandeweg duidelijk werd dat niet enkel een toekomst als vioolvirtuoos onmogelijk was, maar dat hij als componist veel meer in zijn mars had, nam het aantal vioolcomposities aanzienlijk af. 

Zelf speel ik graag deze Romance voor viool en piano, opus 78 nr. 2, die Sinterklaas ooit bij mj in de schoen stopte. Luistert u naar Joshua Bell:


Na 1894 duurde het ongeveer tien jaar vooraleer Sibelius met het Vioolconcert opnieuw aandacht aan het instrument besteedde. Het is een bijzonder werk: de solist stelt zich in de drie autonome delen volledig onafhankelijk van het orkest op, bezorgt al het thematische materiaal of levert virtuoos-decoratieve commentaar bij de orkestklank. Sibelius stelt alles in het werk om de donkergekleurde orkestpassages effectvol te laten contrasteren met de lyrische verzuchtingen van de soloviool. Wat vindt u het mooist? Dat prachtige, sfeevolle begin van het concert, of die diepe donkerbruine, melancholische melodie op de G-Snaar in het 2e deel (vanaf 17’05)…? Ach, u hoeft evenmin als ik gelukkig niet te kiezen.

Luistert u naar allebei, met Janine Jansen. Zo prachtig gespeeld en dat ook nog eens live! 


Liederen

Ik schreef het al in mijn vorige blog: Sibelius schreef meer dan 100 liederen. In feite begon en eindigde hij zijn carrière met liederen. Graag laat ik u er nog een horen, namelijk “den första kyssen” (“De eerste kus”), opus 37. In dit prachtige lied symboliseert Sibelius de dialoog tussen een meisje en de ochtendster door middel van afwisselingen tussen vloeiende zanglijnen en statische harmonieën. In het gedicht van Runeberg vraagt een meisje zich af of ze in de hemel reageren wanneer zij haar eerste kus krijgt. In een visioen ziet zij hoe verheugd de engelen daarover zijn. Alleen de Dood wendt zich af en weent. Sibelius componeerde het liedkort nadat zijn eerste dochter Kirsti was overleden.

Luistert u naar dit prachtige lied met die heerlijk, zwelgende Wagneriaanse – eindigt het lied niet met het Tristan-akkoord..? - pianopartij. Hier in de vertolking van sopraan Soile Isokoski met Marita Viitasalo achter de vleugel


Groeiende belangstelling
Gelukkig is er een langzamerhand roeiende belangstelling voor Sibelius aan het ontstaan, ook in Nederland. Zo organiseerde het Rotterdams Philharmonisch Orkest vorig jaar een prachtig en volwaardig Sibelius Festival, waar veel publiek op afkwam.
Het ‘grote publiek’ moet de Finse held echter nog altijd ontdekken. Door velen wordt zijn naam hardnekkig en verkeerdelijk geassocieerd met begrippen als ‘postromantiek’ en ‘nationalisme’. Ook de muziekwetenschap erkent pas recent zijn innovatieve muziektaal. Karakteristieken die voordien bekritiseerd werden door het modernisme blijken van afstand bekeken bijzonder visionair te zijn. Actuele componisten en wetenschappers loven zijn onorthodoxe harmonieën, zijn repetitieve melodieën en vooral zijn eigenzinnige vormentaal.

Citaten
De citaten over Sibelius variëren van uiterst negatief tot zeer positief.

Simon Vestdijk, die zich zijn hele leven uitgebreid heeft beziggehouden met Sibelius:
“Wanneer ik als globale omschrijving van de muziek van Sibelius de termen ‘mannelijk’ en ‘nevelachtig’ kies, dan ben ik mij ervan bewust, dat dit algemeenheden zijn. Toch is de combinatie van mannelijkheid en nevelachtigheid kenmerkend voor Sibelius, en onder de grote toondichters voor Sibelius alleen. Flegmatische mannelijkheid. Mannelijkheid, die zich niet laat betrappen .Langzame mannelijkheid.”

De Duitse muziekestheet Theodor Wiesengrund Adorno noemde Sibelius’ muziekstijl exemplarisch voor de “originaliteit van een hulpeloze" en de Franse theoreticus René Leibowitz omschreef hem zelfs als “le plus mauvais compositeur du monde”.

Coda

Hopelijk heeft u tenminste genoten van de muziekfragmenten en dat mijn blog enigszins moge bijdragen tot een grotere waardering bij u van mijn held.

Laten we lichtvoetig besluiten met het slecht 1,5 minuut durende duet ‘Tanken’.






Brochure aanvragen