Claude Debussy

HomeblogClaude Debussy

Claude Debussy

Saint-Germain-en-Laye, 22 augustus 1862 – Parijs, 25 maart 1918

Componist Claude Debussy

Claude Debussy was de componist van het Impressionisme en Symbolisme. Tijdens een volledig verzorgde operareis met klassieke muziek reizen specialist Hannick Reizen beleeft u memorabele uitvoeringen van de mooiste werken van Debussy.

Debussy: de weg naar succes

Debussy werd geboren boven het porseleinwinkeltje van zijn ouders. Hij groeide op in vrij armoedige omstandigheden. Zijn vader, die hij later een ‘oude leegloper’ zou noemen, werd in 1871 voor een politieke overtreding naar de gevangenis gestuurd. Maar Claude had gelukkig rijke peetouders, die inzagen dat hij muzikaal zeer begaafd was. Op zijn negende kreeg hij pianoles van Madame Mauté, een van de volgelingen van Chopin. Een jaar later ging hij naar het conservatorium van Parijs, maar hoewel hij een veelbelovende leerling was, was zijn pianoleraar Marmontel toch teleurgesteld door het gebrek aan vooruitgang. Harmonieles kreeg hij van Durand en hij volgde korte tijd de lessen van Cécar Franck, die hem echter niet aanstonden. Rond zijn vijftiende had Debussy al enkele liederen en korte instrumentale composities geschreven.

In de zomer van 1880 werd hij als pianist en begeleider in dienst genomen van de rijke beschermvrouwe van Tsjaikovski, Nadezhda von Meck. Zijn spel werd zo gewaardeerd dat Debussy in 1882 met de familie naar Rusland ging. Hier leerde hij de volksmuziek kennen van de Russen en de zigeuners. Mevrouw Von Meck liet zijn Pianotrio en enkele andere composities aan Tsjaikovski zien, die kritiek had op het vormgevoel van zijn jonge collega.

In december 1880 nam hij compositieles van Ernest Guiraud op het conservatorium van Parijs, die hem de raad gaf veel eenvoudiger te componeren. Vier jaar later won hij de prestigieuze Prix de Rome. Wel moest Gounod, die hem een genie noemde, voor hem in de bres springen voor zijn cantate L’enfant prodique (1884), anders had hij de prijs niet gekregen.

Debussy in Rome en Bayreuth

Debussy ging dus naar Rome, waar hij enkele nieuwe composities moest schrijven die door de Franse Académie des Beaux Arts beoordeeld zouden worden. Hij ontmoette Liszt, die hem liet kennismaken met de religieuze muziek van Palestrina en Orlando de Lasso. Maar hij voelde zich tijdens zijn verblijf in de villa Medici niet gelukkig, omdat hij zich ergerde aan zijn medestudenten, de feesten die hij moest bijwonen en de beperkingen die hem werden opgelegd. Hij zei; “Ik voelde dat ik niet meer vrij was”. Ook kon hij niet tegen het klimaat en bovendien vond hij het vreselijk om gescheiden te zijn van zijn grote liefde in zijn leven, de zangeres Blanche Vasnier. Daar kwam nog bij dat de Franse Académie veel kritiek had op zijn orkestsuite Printemps (1887), die te ‘vaag impressionistisch’ gevonden werd. De jury weigerde het werk te laten uitvoeren.

Nog voor zijn derde werk La Damoiselle élue (1887-1888) voltooid en de tijd in Rome om was, vluchtte Debussy naar Parijs. Hier vestigde hij zich als zelfstandige componist en onderhield nauwe banden met literatoren en schilders, zoals Stéphane Mallarmé, die zijn smaak verfijnde en vormde.
In 1888 en in 1889 ging hij naar Bayreuth, waar hij erg onder de indruk raakte van Wagner. Tijdens de wereldtentoonstelling in Parijs in 1889 hoorde hij, samen met zijn vriend Paul Dukas, een Javaans gamelanorkest en Spaanse muziek. Ook dat maakte buitengewoon veel indruk op Debussy. In verschillende werken hoort men de persoonlijke verwerking van de Javaanse en Spaanse muziek doorklinken. In dat zelfde jaar leerde hij het klavieruittreksel van Moesorgski’s Boris Godoenov kennen. Langzaam kwam Debussy nu onder de invloed van deze Russische componist. Zonder deze invloed is zijn opera Pelléas et Mélisande niet denkbaar.

In deze periode begon hij een relatie met Gabrielle Dupont, die een aantal jaren duurde, maar op een vervelende manier eindigde. Twee jaar later trouwde Debussy met haar vriendin Lilly Texier.
Debussy had inmiddels een grote naam opgebouwd met composities als het Strijkkwartet (1893), Prélude à l’après-midi d’un faune (1892-1894) en Trois Nocturnes (1897-1899), maar hij was nog steeds arm. Op zijn trouwdag heeft hij zelfs nog pianolessen gegeven om de receptie te kunnen betalen. Zonder financiële steun van zijn vriend en componist Ernest Chausson en zijn eerste uitgever Hartman zou Debussy het niet hebben gered.

In 1901 werd Debussy muziekrecensent aan de Revue Blance en later schreef hij ook in andere bladen. Daaraan danken wij de reeks geestige en rake oordelen waarvan een bloemlezing na zijn dood gebundeld is als Monsieur Croche Antidilettante. Hierin komen onder andere Beethoven en Wagner er slecht vanaf.

Debussy’s grote succes kwam met de opvoering van zijn opera Pelléas et Mélisande (1902) op tekst van Maurice Maeterlinck. Aanvankelijk vond het publiek de opera belachelijk maar na enkel opvoeringen was het publiek om.

Debussy: een roerig privé-leven

Zijn privé-leven bleef roerig. Hij verliet Lilly Texier voor Emma Bardac en twee weken na de première van Debussy’s grote orkestwerk La Mer (1903-1905), werd hun dochter geboren. In januari 1908 trouwden Emma en Debussy. Sedert die tijd dirigeerde Debussy zijn eigen werken in Londen, Amsterdam en Rusland.
Een jaar later verslechterde zijn gezondheid. Hij bleek darmkanker te hebben en werd enkele jaren daarna pas geopereerd. Hij had last van ondragelijke hoofdpijn en moest bovendien een stoma dragen. Zijn neerslachtigheid werd nog groter toen in 1914 de oorlog uitbrak, maar hij bleef componeren en ondertekende zijn composities demonstratief met ‘musicien français’. Tijdens het bombardement van Parijs voelde hij zich zo zwak, dat hij niet eens naar de kelder van zijn huis kon vluchten. Debussy stierf op 25 maart 1918 tijdens het laatste Duitse offensief. De omstandigheden dwongen tot een eenvoudige begrafenis op het kerkhof van Passy.

Wilt u graag reageren op deze blog gebruikt u dan onderstaand formulier of bel ons op 070-3191929.



Brochure aanvragen