Igor Stravinsky

HomeblogIgor Stravinsky

Igor Stravinsky

Oranienbaum bij Sint Petersburg, 17 juni 1882 – New York, 6 april 1971

Componist Igor Stravinsky

Igor Stravinsky was de meest veelzijdigste componist van de 20e eeuw. Tijdens een volledig verzorgde operareis met klassieke muziek reizen specialist Hannick Reizen beleeft u memorabele uitvoeringen van de mooiste werken van Stravinsky. 

Stravinksy: de weg naar succes

Stravinsky toonde als kind enig muzikaal talent, maar niets wees erop dat hij een van de belangrijkste componisten van zijn tijd zou worden. Zijn vader was de beroemde Russische bas Fjodor Stravinsky die zong bij de Opera van St. Petersburg. Bij de familie Stravinsky werd er thuis veel gemusiceerd. Igor kreeg zijn eerste pianolessen van zijn moeder, een begaafde pianiste. Zijn ouders beschouwde zijn hartstocht voor muziek als liefhebberij. Daarnaast ging hij rechten studeren en componeerde zo af en toe iets. Maar in 1900, toen hij 23 jaar was, ontmoette hij Rimski-Korsakov, aan wie hij wat werk liet zien. De grote componist was daar zeer van onder de indruk en nam hem aan als leerling. Stravinsky kreeg les van hem tot Rimski-Korsakov in 1908 overleed. De composities die hij in deze tijd schreef, lijken in niets op de opmerkelijke muziek die hij later zou gaan schrijven.

Stravinsky componeerde steeds in de Russische tradities, toen de grote artistiek leider en impresario Serge Diaghilev Feu d’artifice (1909) onder ogen kreeg. Deze was daar zeer van onder de indruk. Diaghilev had in Parijs in 1909 het Russische ballet geïntroduceerd en het ‘Ballets Russes’ opgericht. Hij gaf Stravinsky opdracht tot het schrijven van het ballet De Vuurvogel (1909-1910), waardoor in de twintigste eeuw muziek- en theatergeschiedenis werd geschreven. Er volgden nog enkele meesterwerken: Petroesjka (1910-1911) en Le sacre du printemps (1911-1913). Vooral door het opzienbarende schandaal dat de Parijse première van Le sacre du printemps veroorzaakte werd Stravinsky wereldberoemd. Ook scheef hij in deze tijd de korte eenakter De nachtegaal (1914), waarin Stravinsky de enorme klankrijkdom uit zijn beginperiode tentoonspreidde.

Stravinsky en de wisselende stijlen

De jaren van de Eerste Wereldoorlog verbleef Stravinsky in Zwitserland. Zijn heimwee naar Rusland vond troost in het componeren van Les Noces (1915), een Russische bruiloft, en de opera Renart (1917), gebaseerd op een Russisch sprookje. De Russische Oktoberrevolutie in 1917 deden hem echter afzien van een terugkeer naar zijn vaderland en vestigde zich in Parijs. Daar ging hij in een nieuwe stijl componeren die beïnvloed was door de jazz. L’Historie du Soldat (1918), een theaterwerk voor drie acteurs, een danseres en een klein orkest, dateert van deze periode. Opnieuw neemt in 1919 Stravinsky’s stijl een plotselinge wending. Met het ballet Pulcinella (1919-1920), met melodieën van de achttiende-eeuwse componist Pergolesi, luidde hij het neoclassicisme in. Een nieuwe opdracht van Diaghilev leidde tot een tweede periode van nauwe samenwerking met de Ballet Russes. Daarin ontstonden onder andere de opera buffa Marfa (1921-1922), het opera-oratorium Oedipus Rex (1926-1927) en het ballet Apollon Musagète (1928).

In dezelfde jaren begon ook Strawinsky's carrière als dirigent en pianist in de uitvoering van eigen. Zijn talrijke concertreizen brachten hem in 1924 in Amsterdam, waar hij bij het Concertgebouworkest Le sacre dirigeerde. In 1925 bezocht Stravinsky voor het eerst de VS, waar hij zich na het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog vestigde. Hier kreeg hij vele opdrachten. Een van de belangrijkste is de Symphonie de psaumes (1930) voor koor en orkest, geschreven ter gelegenheid van het vijftigjarige bestaan van het Boston Symphony Orchestra. In 1945 werd hij Amerikaans staatsburger. Hier startte hij een vruchtbare samenwerking met de van oorsprong Russische choreograaf George Balanchine.

In 1906 was Stravinsky getrouwd met zijn volle nicht Katia. Wellicht het zwartste jaar in zijn leven was 1939, toen zijn dochter Ludmilla aan tuberculose stierf en zijn vrouw drie maanden later aan dezelfde ziekte overleed. Stravinsky kreeg zelf ook tuberculose, maar herstelde. Na deze tragische gebeurtenissen ging Stravinsky naar New York, waar hij door hard te werken zijn verdriet probeerde te vergeten. In 1940 trouwde hij met de kunstschilderes Vera Sudeiken, met wie hij in Californië ging wonen.

In 1951 dirigeerde hij zelf de wereldpremière van zijn opera The Rake’s progress, op tekst van W.H. Auden en Chester Kallman. Dit werk werd het sluitstuk van zijn zogenoemde Neotonale periode, waarin hij zich afzette tegen het twaaftoonssysteem.
Opvallend in zijn laatste periode is het grote aantal werken met min of meer religieuze strekking. Voorbeelden hiervan zijn: Mis (1944–1948), Cantate (1951–1952), Canticum sacrum (1955), Threni (1957–1958), The flood (1961–1962), A sermon, a narrative and a prayer (1960–1961) en Abraham and Isaac (1962–1963).

Stravinsky is altijd een scherp commentator geweest, niet alleen van het werk van anderen, maar ook van dat van zichzelf. In 1952 maakte Stravinsky kennis met de seriële muziek, waar hij lange tijd niets mee te maken had willen hebben. Maar nu maakte hij grondig studie van het nieuwe toonsysteem. Het werk dat hij in deze periode componeerde, blijft echter zeer herkenbaar en karakteristiek voor zijn eigen stijl. Canticum sacrum (1955), gecomponeerd voor de San Marco in Venetië en het ballet Agon (1957). De korte abstracte opera The Flood (1961-1962), naar een middeleeuws mirakelspel, schreef hij eveneens in deze stijl.

In de laatste tien jaren van zijn leven maakte hij veel plaatopnamen waarbij hij zelf dirigeerde, zodat wij over een uitgebreide en betrouwbare bibliotheek beschikken. Hij was een groot tegenstander van de Russische Revolutie en keerde, op uitnodiging van de Sovjetrussische regering, in 1962 naar zijn geboorteland terug. Nog tot op hoge leeftijd actief, moest hij in 1967 ten gevolge van een serie hartaanvallen zijn werk opgeven.

Als componist behoort Stravinsky tot de veelzijdigste en fascinerendste figuren uit de muziekgeschiedenis van de twintigste eeuw. Stravinsky was een wereldburger met een sterk Russische inslag. Door zijn veelzijdigheid wordt hij vaak met Piccaso vergeleken. Hoewel hij toonaangevend was voor de ontwikkeling
van het muzikale fauvisme, neoclassicisme en expressionisme blijven eigen vormgevende stijlkenmerken toch altijd onmiskenbaar aanwezig.

*Fauvisme is een stroming vooral in de beeldende kunst in het begin van de twintigste eeuw, waarbij met ongemengde kleuren een expressief en decoratief effect werd nagestreefd.

Wilt u graag reageren op deze blog gebruikt u dan onderstaand formulier of bel ons op 070-3191929.



Brochure aanvragen