Pjotr Iljitsj Tsjaikovski

HomeblogPjotr Iljitsj Tsjaikovski

Pjotr Iljitsj Tsjaikovski 

Wotkinsk, 7 mei 1840 – Sint Petersburg, 6 november 1893

Componist Pjotr Iljitsj Tsjaikovski

Pjotr Iljitsj Tsjaikovski was de meest geliefde Russische componist. Tijdens een volledig verzorgde operareis met klassieke muziek reizen specialist Hannick Reizen beleeft u memorabele uitvoeringen van de mooiste werken van Tsjaikovski. 

Tsjaikovski: de weg naar succes

Tsjaikovski groeide tot zijn tiende levensjaar op tussen vijf broers en zussen en al in zijn jeugd kwam zijn depressieve aard naar voren hetgeen, naarmate hij ouder werd, alleen maar erger werd. Er stond een piano in zijn geboortehuis en zijn ouders reageerden onmiddellijk toen hij de melodieën van hun muziekdoos uit Sint Petersburg, die hij had gehoord, bleek te kunnen spelen. Ze lieten hem pianolessen volgen en met zijn uitzonderlijk gevoel voor muziek boekte hij direct fantastische vooruitgang.

In deze periode ondervond het gezin echter grote moeilijkheden. Zijn vader had problemen op zijn werk en daardoor moesten Peter en diens broer naar een internaat. Dit had grote invloed op Peter en ook de dood van zijn moeder (cholera), vlak nadat het gezin in Sint Petersburg was gaan wonen, maakte een diepe indruk op de jonge Tsjaikovski. 

Tsjaikovski: het succes

Op tienjarige leeftijd bezocht Tsjaikovski de school voor rechtswetenschappen in Sint Petersburg. Ook kreeg hij pianoles, studeerde hij zangtechniek en kreeg hij les in muziektheorie en compositie bij Rubinstein en Zaremba. In 1854 begon hij met zijn eerste composities en vijf jaar later werd hij op het Ministerie van Justitie aangesteld als klerk. Dankzij zijn uitzonderlijke muzikale talent kwam zijn succes al gauw, evenals de betrekking als hoofdleraar muziektheorie aan het pas opgerichte Moskouse conservatorium, dat onder leiding stond van Rubinstein. 

Eigenlijk heeft Tsjaikovski nooit zijn draai kunnen vinden. Hij reisde vaak naar Italië, Frankrijk en Duitsland en maakte kennis met belangrijke buitenlandse musici. Ook kampte hij zijn hele leven met tal van geestelijke en lichamelijke problemen: hij leed aan hallucinaties en zwaarmoedigheid. Desalniettemin zette hij zijn werk voort en schreef enkele prachtige, maar ook minder prachtige muziekstukken. De vroege symfonieën worden algemeen erkend als stukken van lichter kaliber, maar werken als Het Zwanenmeer, Romeo en Julia, Ouverture 1812 en de vierde, vijfde en zesde symfonie zijn eeuwige favorieten.

Tsjaikovski trouwde in 1877 met een knap maar vreemd meisje, Antonina Miljoekova, die een nymfomane bleek te zijn. Zij dacht hem te kunnen veranderen, maar tenslotte vluchtte hij naar het landgoed van zijn zuster in Kamenka waar hij een zelfmoordpoging ondernam.

Op dat moment kwam er een andere vrouw in Tsjaikovski's leven: Nadezjda von Meck, een schatrijke weduwe die dol was op muziek. Zij zorgde voor Tsjaikovski door hem een jaarlijkse subsidie van zesduizend roebel te schenken. De twee hebben elkaar nooit persoonlijk ontmoet; ze gaven er de voorkeur aan door lange, gedetailleerde brieven contact te onderhouden. Hierdoor hervond hij zijn creatieve talenten en schreef hij zijn Vioolconcert en de vierde symfonie.

Tsjaikovski had ook veel belangstelling voor de opera. Samen met zijn broer Modest bezocht hij in 1876 een voorstelling van Bizet's Carmen, waar hij vooral getroffen werd door de verbinding van de liefde met het noodlot. Een gegeven dat in veel werken van Tsjaikovski een belangrijke rol zal gaan spelen.

Een volledige beheersing van de muziekdramatische vormgeving demonstreerde hij in zijn bekendste opera Jevgeni Onegin en zijn beste opera Pique Dame.

Tsjaikovski: de vaste gewoonten

Na de breuk met Madame von Meck in 1890 en de dood van zijn vader leefde Tsjaikovski de laatste twaalf jaar van zijn leven als een soort nomade, voornamelijk in West-Europese hotels. Hij had vaste gewoonten. Zo stond hij iedere morgen om zeven uur op, nam een kop thee en las vervolgens uit de bijbel. Om half tien exact begon hij met componeren en ‘s middags ging hij wandelen, waarna hij in de avond doorging met componeren en corrigeren. Rond 1888 begon hij opnieuw werken van betekenis te schrijven. Met de vijfde symfonie, zijn symfonische gedicht Hamlet en de prachtige balletmuziek voor Doornroosje klinkt Tsjaikovski weer geïnspireerd. In 1893 schreef hij de zesde symfonie (Pathétique) die hij zelf zijn mooiste werk vond.

In november van datzelfde jaar dronk hij ongekookt leidingwater, zich ervan bewust dat er cholera heerste. Onder tragische omstandigheden stierf hij vier dagen later. Tot op de dag van vandaag is zijn doodsoorzaak omstreden: een ongewilde cholera-infectie, een keizerlijk complot vanwege een onwelgevallige homoseksuele relatie of zelfmoord.

Wilt u graag reageren op deze blog gebruikt u dan onderstaand formulier of bel ons op 070-3191929.





Brochure aanvragen